logo van The Lemontree
isaac hayes

Cool

Isaac Hayes ging voor de hoofdrol van de film ‘Shaft’, maar maakte uiteindelijk de muziek ervoor.

Het thema van ‘Shaft’ de film herken je uit duizenden. Die snelle hi-hat en die funky wah-wah gitaar pakken je meteen. Eigenlijk bestonden ze allebei al, maar de combinatie maakte het sensationeel.

‘Shaft’ de film was een enorme publiekstrekker. ‘Shaft’, de muziek een enorme hit.

Maar, zoals altijd, was er meer. Lees het verhaal achter ‘Shaft’ en Isaac Hayes.


‘Theme from Shaft’ (1971) is ondanks de leeftijd nog steeds een populair nummer. Als je het intro hoort weet je onmiddellijk dat het dit nummer van Isaac Hayes is. Het nummer met een lengte van ruim vier minuten heeft een intro van bijna drie minuten, maar als Hayes begint te zingen voelt dat als een enorme bevrijding. Het is een soort ontlading van de spanning die langzaamaan opgebouwd wordt. Het nummer begint met snel spel op de hit-hat, vervolgens begint de gitaar. Op dat moment ben je eigenlijk al verkocht. Die funky wah-wah-gitaar maakt het nummer tot wat het is. Daarna volgt nog een opbouw met vleugel, dwarsfluiten, basgitaar, een kopersectie en strijkers. Het is een dwingend, opbouwend geheel, zoals bij de Bolero van Ravel, geen ontkomen aan. Als Hayes dan met zijn lage stem eindelijk begint te zingen “who is the "black private dick, who's a sex machine to all the chicks?”, roepen de dames in het koor bevrijdend “Shaft”. Na vier minuten is er een break en keert die wah-wah-gitaar weer prominent terug. Wat kan er in vier minuten veel gebeuren. Maar met de soundtrack van de film ‘Shaft’ was nog veel meer aan de hand, net als met de film zelf en, oh ja, wie is die gitarist waar dit nummer om draait eigenlijk?

‘Shaft’ begint met een filmproductie van Gordon Parks (1912-2006). Parks was fotograaf, maar werd filmregisseur. Als fotograaf maakte hij reportages voor de Farm Security Administration en legde het sociale en culturele leven op het platteland vast. Daarna stapte hij over naar Vogue als modefotograaf om vervolgens voor het bekende Life, de armoede, misstanden, ongerechtigheid van de zwarte bevolking in beeld te brengen. Zijn eerste film maakte hij in 1969: ‘The Learning Tree’. Een autobiografische film. De tweede film is ‘Shaft’. Dat is een van de eerste films, in ieder geval de populairste, in wat genoemd wordt: ‘Blaxploitation Movies’.
De filmindustrie werd tot begin jaren zeventig gedomineerd door films voor en door blanken. Daar kwam met enkele ‘exploitatiefilms’. gemaakt voor en door de zwarte bevolking, verandering in. ‘Exploitatiefilms’ zijn films die gemaakt zijn met het doel te shockeren, door ingebouwde elementen als geweld, angst, drugs, seks, naakte spelers, rellen, monsters, dat soort zaken. Het waren films met een klein budget, snel gemaakt om snel te kunnen verdienen. Vaak waren ze te zien in de kleinere filmzalen. Het woord ‘Blaxploitation’ is een samenvoeging van ‘black’ en ‘exploitation’. Het feit dat zwarte regisseurs, zwarte acteurs lieten spelen voor een zwart publiek was op dat moment totaal nieuw. Er werden er heel wat gemaakt, maar een aantal springt eruit: ‘Shaft’, ‘Foxy Brown’ (1974), geregisseerd door Jack Hill met muziek van Willie Hutch; Hutch zorgde ook voor de muziek bij ‘The Mack’ van Michael Campus. Dan is er ‘Superfly’ (1972) door Parks’ zoon Gordon Parks jr. met muziek van Curtis Mayfield; ‘Coffy’ (1973) door Jack Hill met muziek van Roy Ayers, ‘Trouble Man’ van Ivan Dixon en ‘Black Caesar ((1973) door Larry Cohen met muziek van James Brown. Brown deed ook ‘Slaughter’s Big Rip-Off’ van Gordon Douglas en tot slot ‘Blacula’ van William Crain, met muziek door Gene Page.

‘Shaft’, de film, is geschreven door Ernest Tidyman en John Black, naar de gelijknamige roman van Tidyman. John Shaft (Richard Roundtree) is privédetective die, in bed liggend met zijn vriendin Ellie Moore (Gwenn Mitchell), benaderd wordt door de maffiabaas Bumpy Jonas (Moses Gunn) uit Harlem, New York, om diens dochter Marcy Jonas (Sherri Brewer) uit handen te halen van de Italiaanse maffia die haar gekidnapt hebben. Shaft moet daarbij samenwerken, al dan niet onder lichte dwang, met politieagenten Lt. Vic Androzzi (Charles Cioffi) en Sgt. Tom Hannon (Lawrence Pressman). De film zit vol met elementen als die hierboven omschreven: geweld, spierballen, seks, maar ook rassendiscriminatie en tekenen daarvan in The Black Power beweging.
De film was een ongekend succes en bracht vele miljoenen op: "Because of the film's positioning securely within the parameters of industry standards, Shaft was generally applauded by the critics both black and white, as being a breakthrough production in terms of expanding black representation in commercial cinema." De film draaide vierentwintig uur per dag om aan de vraag te kunnen voldoen en redde en passant MGM van de ondergang.
In 2000 werd de film door het ‘Library of Congress’ opgenomen in de ‘United States National Film Registry’ als zijnde een cultureel, historisch en esthetisch significante film.
De muziek van Isaac Hayes bij de film, want daar gaat het hier om, was minstens net zo significant.

Isaac Lee Hayes jr. (1942-2008) is geboren in Covington. Zijn moeder stierf op jonge leeftijd, zijn vader verliet de familie, waardoor Hayes vooral werd opgevoed door zijn opa en oma. Dat leven speelde zich vooral af op boerderijen en een stuk land dat ze van een landeigenaar mochten bebouwen. Hayes bleek goed te kunnen zingen en zong vanaf zijn vijfde in het kerkkoor. Hij leerde zichzelf allerlei instrumenten te bespelen, waaronder piano, orgel, fluit en saxofoon.
Hayes kon naar de middelbare school, maar omdat hij in armoedige omstandigheden leefde, elke keer ergens anders moest slapen, gaten in zijn schoenen had, schaamde hij zich voor zijn uiterlijk en hield ermee op om wat geld te kunnen verdienen. Zijn docenten waren teleurgesteld, want Hayes was een talentvolle leerling. Ze gaven hem nieuwe kleding en steunden hem. Op zijn eenentwintigste haalde Hayes zijn diploma alsnog. Tijdens deze schooltijd ontdekte Hayes wat het was om met muziek bezig te zijn. Hij zong bij feestjes de sterren van de hemel en na afloop stond er een rij knappe meiden te wachten op een handtekening. Hij kreeg diverse beurzen aangeboden om muziek te kunnen gaan studeren, maar die weer hij allemaal af. Liever werkte hij overdag in een vleesverpakkingsindustrie en zong drie avonden in de week in, Curry’s Club Tropicana, een nachtclub, met Ben Brench’s Houseband.
Met oud en nieuw had een andere club een band gehuurd, maar ze hadden nog een keyboardspeler nodig. Via via kwam de vraag bij Hayes terecht. Die zegde toe, maar kon nauwelijks keyboards spelen. De band klonk in het begin verschrikkelijk, maar gaandeweg ontdekte Hayes hoe makkelijk het hem afging; er lag een mooie toekomst in het verschiet.

Daarop kwam hij in de band van Floyd Newman terecht. Zo leerde hij de kneepjes van het vak. Hij kende alle jazztunes uit zijn hoofd en wilde zelf een soort Nat King Cole worden. Hayes kon niet schrijven, maar kon wel heel precies uitleggen wat hij in zijn hoofd had en hoe iedereen dat moest spelen. De band kwam terecht bij Stax Records. De eigenaar, Jim Stewart, hoorde Hayes en vroeg of hij niet wat sessiewerk wilde doen.

Zo werd Hayes, nog voordat hij het schooldiploma had, aangenomen als studiomuzikant en componist bij de befaamde Stax Records, waar hij speelde met de vaste studioband, Booker T. & the M.G.’. In de studio werkte songschrijver David Porter (1941- ). Die hoorde wat Hayes kon en stelde hem voor om samen te werken: ‘Ike, I’m a lyric man and you’re a musician man; let’s hook up. Let’s do the Holland-dozier and Bacharach-David!’ Het bleek een gouden greep, samen maakten ze tal van songs, waaronder een reeks hits. De bekendste is ‘Soul Man’ die ze schreven voor het duo Sam & Dave, net als: “You Don't Know Like I Know’, ‘Hold On, I'm Comin'’ en ‘When Something Is Wrong with My Baby’. Daarnaast produceerde de drie-eenheid, band, Porter en Hayes, singles en albums voor de andere artiesten op het Stax label. Diverse singles uit deze periode zijn verzameld op een prachtig overzicht: ‘The Spirit of Memphis (1962-1976)’ (2017), een 4-cd set met boek en een unieke 7”-single.
‘Soul Man’ heeft een Grammy Award gekregen, omdat het nummer gezien wordt als een van de meest invloedrijkste van de afgelopen vijftig jaar. Dat niet alleen, het staat ook in de lijst ‘Songs of the Century’, een lijst die wordt samengesteld door de ‘Recording Industry Association of America (RIAA)’.

In 1967 brengt Hayes zijn eerste eigen album uit: ‘Presenting Isaac Hayes’. Het album dat verschijnt op ‘Enterprise’, een sublabel van Stax, en gaat meer richting jazz dan soul. Het is niet heel succesvol. Wel ‘ontdekt’ Hayes per ongeluk zijn ‘looks’, de zonnebril, ketting en glad geschoren hoofd. Zonder van tevoren ingelicht te zijn stond er een fotograaf klaar om foto’s te maken voor de hoes. Hayes griste wat attributen bij elkaar en presenteerde zichzelf zo. Achteraf vond hij het erg ‘cool’ en dat hield hij erin.

Met Stax gaat het in die periode even niet goed. Stax’ meest succesvolle artiest, Otis Redding, komt 10 december 1967 om na een vliegtuigcrash. Net voor zijn dood had hij, naar wat achteraf blijkt zijn meest succesvolle nummer geschreven: ‘Dock of the Bay’. Stax, op dat moment bijna failliet, ontdekt vervolgens dat alle rechten van Redding’s muziek in handen waren van Atco/Atlantic. Stax’ adjunct-directeur krijgt de opdracht Stax weer ‘gezond’ te maken en zorgt ervoor dat halverwege 1969 maar liefst zevenentwintig nieuwe albums het licht zien. Het tweede album van Hayes, ‘Hot Buttered Soul’ is daar een van en meteen het meest succesvolle.
Op de hoes van ‘Hot Buttered Soul’ is Hayes afgebeeld als die op de eerste, maar meer nog als een iconisch figuur: kaalgeschoren, zonnebril en gouden sierraden, waaronder een opvallend lange ketting.
Er staan slechts vier songs op het album. ‘Walk on By’ van Burt Bacharach en Hal David wordt bij Hayes verlengd tot twaalf minuten. Het nummer begint met Hammondorgel, een wolk violen en een hemels koor. Vervolgens zet de elektrische bas in en een fuzzy gitaar. Hayes zingt met een lage, bijna zwoele stem. Zo wil je nog wel eens langslopen. "Hyperbolicsyllabicsesquedalymistic', wat een naam, is iets meer uptempo, met de bas en piano voor in de mix en een reeks geluidseffecten. ‘One Woman’ is met vijf minuten het kortste nummer. Het is een mooi georkestreerde ballade met nadruk op het orkest. ‘By the Time I Get to Phoenix’ duurt bijna negentien minute en begint met lang aangehouden orgeltonen en een minutenlange monoloog. Hayes stem blijft centraal staan, terwijl de song zich langzaam ontvouwt. Dit was nog eens iets anders dan de bijna standaardtijd van een minuut of drie voor singletjes.
Het succes was onverwacht, maar creëerde een nieuwe markt. Hayes: “My stuff was all about feeling. It was moods, alla bout mood.” En dat gevoel werd opgepikt door de luisteraars.

Op ‘Hot Buttered Soul’ wordt Hayes begeleid door de Bar-Kays. Die band het een hit met ‘Soul Finger’ (1966) en was de begeleidingsband van Otis Redding. Het grootste deel van de groep zat in het vliegtuig bij Redding toen dat neerstortte. Ook zij overleefden, op één na, de crash niet. Ben Cauley (1947-2015/trompet/zang/arrangeur/songschrijver) was de enige overlevende. Vastbesloten iets van het verlies goed te maken begon hij The Bar-Kays Mk II. Dat deed hij samen met James Alexander (1948- /basgitaar/zang/songschrijver), het enige bandlid dat niet meegevlogen was. Nieuwe leden werden Michael Toles (?/gitaar), Willie Hall (1950- /drums), Ronnie Gordon (?/keyboards) en Harvey Henderson (?/saxen). Het eerste album in deze bezetting was ‘Gotta Groove’ (1969), maar dat werd geen succes en daarmee begon een reeks wisselingen in de bezetting. Wel fungeerde de band als studioband bij Stax, als liveband bij talrijke artiesten en daarmee ook als backing band voor Hayes.

Hayes’ derde album is ‘… to be Continued’ (1970). De naam zegt het al. De tracks zijn over het algemeen korter dan op het vorige album, maar ‘The Look of Love’, opnieuw van Bacharach/David duurt ruim elf minuten. Oude lp-kant B opent met een medley van ‘Ike’s Mood’ en ‘You’ve Lost That Lovely Feeling’ die zo samen een kwartier lang zijn. De eerste song is van hem, de tweede ook zijn versie van het lied van Barry Mann, Cynthia Well en Phil Spector. De arrangementen van ‘Hot Buttered Soul’, zoals de strijkers, de blazers en dat funky gitaartje zijn ook gecontinueerd.

Al vrij snel volgde nummer vier: ‘The Isaac Hayes Movement’ (1970). Die gaat qua opbouw terug naar ‘Hot Buttered Soul’: vier tracks, maar dit keer geen eigen composities. Bacharach en David zijn weer present met een song: ‘I Just Don't Know What To Do With Myself’. Opvallender misschien is een lied uit een heel andere hoek: ‘Something’, een song van Beatle George Harrison. Het origineel herken je nauwelijks in de twaalf minuten die Hayes ervan maakt. Ook deze song is rijk en vol van orkestrale arrangementen. Dat kon die man erg goed, al dan niet samen met pianist/arrangeur Johnny Allen (1917-2014). Even een aardigheidje: Allen leerde Aretha Franklin piano spelen.

1971 was een druk jaar met twee albums en allebei dubbele: ‘Black Moses’ en ‘Shaft’. ‘Black Moses’, het album dat werd uitgebracht ná ‘Shaft’ heeft in titel en verpakking een regelrechte verwijzing naar de bijbel. Op de kruisvormige uitklaphoes staat Hayes in en lang gewaad met gespreide armen. Ik dacht hierbij meteen aan de film ‘De tien geboden’, mede door de kleitabletten met de teksten in de kruisarmen. Daartussen staat dan wel een , gespierde, bovenlijf ontblote Hayes met zonnebril en gouden ketting. Hij was de hiphop ver vooruit. De ketting had hij niet zomaar, die stond voor de vrijheid van de zwarte medemens. De titel kwam voort uit een vergelijking van Hayes met zijn invloed, leiderschap op de zwarte gemeenschap en de bijbelse figuur: “Black men could finally stand up and be men because here's Black Moses; he's the epitome of black masculinity. Chains that once represented bondage and slavery now can be a sign of power and strength and sexuality and virility.” Hayes stond overigens later niet meer achter die vergelijking.
Op ‘Black Moses’ wordt Hayes begeleid door The Bar Kays, maar ook door een nieuwe band: ‘The Isaac Hayes Movement’. Natuurlijk hier ook covers, zoals ‘Never Can Say Goodbye’ van The Jackson 5 (die met Michael Jackson dus), het prachtige ‘(They Long to Be) Close to You’ van The Carpenters, ‘I'll Never Fall in Love Again’ van Dionne Warwick, ‘Need to Belong to Someone’ en ‘Man’s Temptation van collega Curtis Mayfield en natuurlijk ook een van Burt Bacharach/Hal David: Í’ll Never Fall in Love Again’. Dit keer niet al te lange nummers, het langste duurt ‘slechts’ ruim zeven minuten.
Het album kwam terecht op de eerste plek in de ‘Billboard R&B’ lijst. Een aardige anekdote is dat een stuk van ‘Ike Rapp II’ gebruikt wordt als sample in het nummer ‘Glory Box’ van Portishead. Dat is hetzelfde nummer waarin ‘Daydream’ van The Wallace Collection gebruikt wordt. Beide verhalen zijn te lezen op de LemonTree.

Dat Hayes ‘Black Moses’ na ‘Shaft’ maakte is eigenlijk niet heel verwonderlijk, gezien de achtergronden van die film en de richting die hij met zijn muziek opging. Maar dát hij die soundtrack ging maken stond voor Hayes helemaal niet vast. In eerste instantie had hij gedacht dat regisseur Parks hem had gevraagd voor de hoofdrol van de film. Daar had Parks echter al een ander voor. Misschien kon Hayes dan wel wat muziek maken bij de film? Maar, er was ook wat twijfel. Daarom kreeg Hayes een drietal scenes te zien met de vraag daar gepaste muziek bij te maken. Dat werden ‘Theme from Shaft’, ‘Soulsville’ en ‘Ellie’s Love Theme’. Die laatste met een flinke dosis vibrafoon, gespeld door Hayes zelf. Iedereen was er blij mee, met als gevolg dat Hayes van MGM het contract kreeg voor alle muziek bij de film. Hayes: "As this was my first such undertaking, at the initial meeting I had with the producer and director in New York you could see the anxiety on their faces. They tested me by giving me the opening scene – footage of Shaft coming out of the subway – to take away and see how I got on. I remembered a guitar line I had in a tune I'd never used, got it off the shelf and had our guitarist play it exactly the same, but with a wah-wah. Then I got our drummer to play 16-note sequences on the hi-hat and we had it. The core rhythm for the tune, the springboard for the whole soundtrack, we'd cut in under two hours." (Mojo, 1995)

Daarmee komen we meteen aan bij de prangende vraag: wie is de gitarist van dat lekker, plakkerig wah-wah geluid? Dat is Charles ‘Skip’ Pitts. Eind jaren zestig werden gitaar-effectpedalen steeds meer gebuikt, zoals het wah-wah pedaal dat eerst door Frank Zappa werd gebruikt en er vervolgens een aan Jimi Hendrix gaf. Blijkbaar was Pitts onder de indruk van het geluid, wie niet trouwens, en gebruikte het op zijn eigen, funky manier. Ooit bedacht voor een song voor het Stax-label, maar die song is nooit afgemaakt. Hij, net als Hayes, had dat geluid nog in zijn hoofd en gebruikte het voor het openingsthema. Ook die snelle hi-hat is een gerecyclede. Die komt van Willie Hall die hem al eens gebruikt had bij Otis Redding in diens nummer ‘Try a Little Tenderness’. Hier geldt zeker dat één plus één minstens drie is, wat een begin!

De teksten gaan natuurlijk over Mr. Shaft, een niet alledaagse privédetective met een gedrag dat indertijd omschreven werd als ‘cool’ én met één oog op, twee zelfs, het vrouwelijk schoon. Hayes verwoordt Shafts leven in zinnen als "a bad mother—;". Hij krijgt dan commentaar van een van de zangeres (allemaal opzet natuurlijk): “Shut yo' mouth!" Hayes dan weer: "I'm talking about Shaft" en dan luidt het antwoord: "We can dig it." Meteen in het begin, na de introtekst hoor je Hayes al zeggen: "You're damn right!", later gevolgd door "He's a complicated man/but no one understands him/but his woman/John Shaft." Daarmee is het karakter wel gekenschetst. Dit nummer was trouwens ook het eerste nummer in de hitparade met een scheldwoord, ‘damn’, iets dat in het conservatieve Amerika toch niet vaak voorkwam. De openingszin “who is the "black private dick, who's a sex machine to all the chicks?” komt niet zomaar uit de lucht vallen. Regisseur Gordon moest Shaft’s karakter aan Hayes uitleggen en omschreef hem als zodanig.

Hayes had twee maanden nodig om de film van muziek te voorzien. Hij had er een heldere werkwijze voor bedacht. Zo gauw en compositie klaar was werden de ritmetracks opgenomen met The Bar Kays. Die bestonden op dat moment uit: Lester Snell (elektrische piano), James Alexander (basgitaar), Charles Pitts (gitaar), Michael Toles (gitaar), Willie Hall (drums), Gary Jones (percussie), Richard "Johnny" Davis (trompet) en John Fonville (fluit). De orkestpartijen werden de dag daaropvolgend opgenomen en de derde dag de zang. Hayes zorgt zelf voor keyboards en zang. De arrangementen voor alle songs werden geschreven door Allen en Hayes, behalve ‘Walk From Regio's’ dat werd geschreven door de bekende jazztrombonist/arrangeur J.J. Johnson.
Nadat alles klaar was werden de tracks nog her en der wat bijgewerkt om in de film te passen. In 2019 verscheen een luxe 2cd-versie, met op de tweede cd alle filmische en soms best afwijkende bewerkingen. De soundtrack van de film is een lange, een dubbel-lp. De meeste tracks zijn instrumentaal, op drie na: ‘Theme from Shaft’, ‘Soulsville’ en ‘Do Your Thing’. Hayes zingt zelf en wordt begeleid door drie zangeressen: Pat Lewis, Rose Williams, en Telma Hopkins. Na het inro zou je een heftig album verwachten, maar de meeste tracks zijn juist best rustig te noemen, beetje jazzy, zeg maar ‘cool’.

Typisch was dat de songs daarna nog eens moesten worden opgenomen. MGM had toen slechts een driesporen recorder (!). Hayes vond dat het geluid ‘vol’ moest klinken en ging daarvoor naar zijn eigen Stax-studio, daar hadden ze geavanceerdere apparatuur.

‘Shaft’ was de eerste dubbel-lp van een R&B-artiest. Hij kwam ook meteen op de eerste plek in de ‘Billboard 200’ terecht en bleef daar twee weken staan om vervolgens nog zestig weken in de lijst te blijven hangen. Het ging nog beter in de R&B hitlijst; veertien weken (!) op de eerste plek. De twee singles van het album, ‘Theme from Shaft’ en ‘Do Your Thing’ deden het net zo goed, met ‘Theme from Shaft’ ook op de eerste plek in de ‘Billboard Hot 100’. In de ‘Billboard Soul Singles’-lijst bleef hij net haken op twee, achter ‘Inner City Blues (Make Me Wanna Holler)’ van Marvin Gaye. “Do Your Thing’ was een typische Hayes-song met een tijd van bijna twintig minuten. Voor de single werd dat teruggebracht tot de meer gebruikelijke drie minuten. Dat gebeurde ook met ‘Theme from Shaft’. Die was in feite nooit bedoeld om als single uitgebracht te worden, maar dat nummer werd zo vaak aangevraagd op de radio en in nacht- en dansclubs dat het meer een noodzaak werd.

Het is met deze resultaten niet verwonderlijk dat het het best verkopende album ooit voor Stax werd, net als trouwens voor Hayes. Sommigen critici aan dat ‘Theme from Shaft’ misschien wel het eerste disconummer is…

Tijdens de ‘Grammy Awards’ won ‘Theme from Shaft’ drie Grammy’s, respectievelijk voor ‘ Best Engineered Recording’, ‘Non-Classical Arrangement’ en ‘Best Instrumental Arrangement’. De hele soundtrack kreeg een Grammy voor: ‘Best Instrumental Composition Written Specifically For A Motion Picture or for Television’. Die Grammy moest hij delen met Johnny Allen.
Later gaf ‘The National Association of Television and Radio Announcers’ de soundtrack de ‘Album of the Year’ prijs en tot slot kreeg Hayes, als derde – na Sidney Poitier en Hattie McDaniel - Afrikaanse-Amerikaan, een Oscar voor zijn ‘Theme from Shaft’ in de categorie ‘non-acting‘ en een Oscar voor ‘Best Original Song’. Hayes droeg de Oscar op aan zijn oma, Rushia Wade. Zij was in de zaal en kwam het podium op. Hayes was ook genomineerd voor een Oscar in de categorie ‘Original Dramatic Score’, maar die ging naar Michel Legrand voor diens muziek bij de film ‘Summer of ‘42’.
Na afloop van de ceremonie merkte Hayes op: “When it hit so big I was in severe disbelief ..." Then when it won an Academy Award — it won Best Song, but the album was also nominated for Best Soundtrack — I was in a state of shock. This was after the Academy tried to disqualify it, too, saying, because I can't write music, it wasn't my composition. Quincy Jones got in there and argued my case; saying that, even if I didn't physically write it down, they were my ideas."

Ondanks die opstelling Kwam het toch nog goed met Hayes’ betrokkenheid bij de film. Overigens kreeg hij, om de teleurstelling over de gemiste hoofdrol wat goed te maken, alsnog een rolletje in de film, als barkeeper.
De film kreeg nog twee vervolgen: ‘Shaft’s Big Score’ (1972) nog met Parks en muziek van Parks zelf, omdat Hayes niet kon en ‘Shaft in Africa’ (1973), maar die werd geregisseerd door John Guillermin met muziek van Johnny Pate.

Enthousiast speelde Hayes eind 1972 het ‘Theme from Shaft’ tijdens het Wattstax-concert, Los Angeles. Mel Stuart maakte een documentaire van dat concert, maar die werd teruggefloten door MGM, omdat Hayes geen enkele muziek van Shaft voor andere films mocht gebruiken tot 1976. Dat bleek in de contracten te staan. Bij het opnieuw uitbrengen van die documentaire in 2003 mocht het wel.
Zowel Hayes als Porter werden opgenomen in de ‘Songwriters Hall of Fame’(2005), Hayes was eerder al, 2002. Opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame’’.

Later ontving Hayes nog een Grammy Award, maar die was voor het album ‘Black Moses’. In 1992 kreeg hij een heel andere onderscheiding, namelijk als ‘Eervolle Koning’ voor het Ada-gebied in Ghana. Het was een bedankje voor zijn inzet voor de mensen in dat gebied.
En dat was nog niet genoeg. In 2003 werd hij tot een ‘BMI Icon’ benoemd tijdens de ‘BMI Urban Awards’ voor zijn langdurige inzet en invloed op muziekmakers. BMI staat voor ‘Broadcast Music Inc.’ Eerder al had hij van diezelfde organisatie prijzen gekregen op het gebied van R7B, Pop en een vanwege het feit dat zijn muziek meer dan zes miljoen keer was uitgezonden op de radio. In 2008 kreeg hij er nog een, want dat getal bleek toen verdubbeld.
In 2014 werd het album opgenomen in de ‘National Recording Registry’ (Amerika) vanwege de historische en esthetische belangrijkheid ervan.
‘Theme from Shaft’ is zo pakkend dat het talloze malen gebuikt werd in commercials, tv- en radioshows, andere films zelfs. Hij komt ook terug in de vernieuwde versie van de film (2000), ter gelegenheid waarvan Hayes het nummer opnieuw opnam.
‘Shaft’ leende zich goed om te samplen, de meest bekende is die van The Beasty Boys met hun sample van het gitaarstukje uit ‘Walk from Regio’s’.

Dan heb je twee succesvolle albums in één jaar gemaakt en bent aan alle kanten gelauwerd. Wat komt daarna? Dat zal Hayes zich ook afgevraagd hebben. Eerst kwam er een reeks singles, vervolgens een live-album, Live at the Sahara Tahoe (1973) en een gewoon album ‘Joy’ (1973). Maar, het eerdere, grote succes bleef uit. Dat gold ook voor twee nieuwe soundtracks: ‘Three Tough Guys’ en ‘Truck Turner’. Voor beide Blaxploitation films schreef hij de muziek en speelde mee, maar de soundtracks konden niet tippen aan die van ‘Shaft’.
Inmiddels was Stax’’ schuld aan Hayes opgelopen tot over de vijf miljoen dollar. Stax was bijna failliet en kon niet betalen. Er kwam een regeling, waarbij Stax het contract ontbond en de schuldeisende bank de zaak met Hayes verder afhandelde. Dat was het einde van Hayes bij Stax. Daarna zette hij zijn eigen label op, ‘Hot Buttered Soul’ en legde zich meer toe op disco. Dat liep niet best en uiteindelijk waren Hayes en zijn vrouw failliet. Het kostte hem zijn huis, zijn eigendommen en de rechten op toekomstige royalty’s. Dat zal een enorme omschakeling zijn geweest.

Hayes kwam langzaam terug, eerst met een rol in ‘The Fresh Prince of Bell-Air, later met een nieuw platencontract bij Virgin Records. Dat ging al een stuk beter, maar helemaal goed ging het toen hij de stem werd van de kok, de “Chef’ in de ‘South Park’-serie. Hij deed dat van 1997-2006. De ‘Chef’ was populair. Chef’s lied ‘Chocolate Salty Balls’ werd één in de Engelse hitlijst.
Hayes stopte vrij plotseling met de rol “omdat het satirische programma te vaak religie op de korrel nam’; Hayes was religieus opgevoed en inmiddels lid van de Scientology Church. Zijn plotseling stoppen was met nogal wat geheimzinnigheid omgeven. Volgens ingewijden nam hij zelf die beslissing niet, maar zijn kerkgenootschap. Hoe dan ook, Hayes zat plotseling zonder inkomsten en moest noodgedwongen weer optreden. Dat was geen succes, mensen die hem toen gezien en gehoord hebben zagen dat hij niet meer die sterke man en zanger van weleer was. Dat had wellicht te maken met zijn slechte gezondheid. In 2006 had hij een kleine hartaanval gehad. Hij overleed aan een tweede op 20 maart 2006.

Hayes was vier keer getrouwd en had een flinke familie, 14 kinderen, net zoveel kleinkinderen en drie achterkleinkinderen.
In de succesvolle periode had Hayes een nogal opvallende, luxe Cadillac van $26.000 met koelkast, televisie en 24 karaat gouden afwerking, zoals ruitenwissers en speciale banden. ‘The Car’, zoals die genoemd werd staat nu in het ‘’ Stax Museum of American Soul Music’ in Memphis, Tennessee.

Denk je aan Hayes, dan denk je aan ‘Shaft’. In 1972 stond een advertentie in het blad ‘Blues & Soul’ met de volgende tekst en daarmee is alles wel gezegd: ‘Shaft is a lover, Shaft is a Movie, Shaft is a Fighter, Shaft is a Double Album, Shaft is a Mother F*****, Shaft is a Private Eye, Shaft is music by Isaac Hayes, Shaft is a Sonofabitch, Shaft is a Hit Single, Shaft is Black, Shaft is a Lover, Shaft is a Killer, Shaft Don’t Dig Fuzz, Shaft is Cool’.