logo van The Lemontree

Onnavolgbaar meesterwerk

In mijn jonge jaren wist ik van alle lp’s die ik had, toen tegen de tweeduizend, precies waar ze stonden, welke tracks ze hadden, hoe lang die duurde, welke musici meespeelden, wat er op de hoes te lezen was en nog wat zaken die ermee te maken hadden. Die feiten zijn opgeborgen in mijn hoofd, in de ‘box’ genaamd ‘lp’s’. Bovenop die doos, ervoor, eronder en eromheen, zijn inmiddels stapels andere dozen geplaatst, de weg is niet eenduidig meer en vooral een stuk langer en grilliger. Het denkkaboutertje in mijn hoofd kan die doos nog wel vinden, maar het duurt veel langer voordat hij er is en bovendien kan hij niet alles meer lezen of onthouden, want ook hij is samen met mij een dagje ouder geworden. Antwoord geven op een vraag, die ik eigenlijk ‘gewoon’ zou moeten weten geeft als enige reactie dan een ‘uh…?’ Gelukkig hebben we internet en heb ik geleerd vooral veel op te zoeken en niet alles meer te willen onthouden. Het verhaal van de kabouter vertel ik vaak aan kinderen als ze dingen niet kunnen onthouden of ‘vergeten’ zijn. Het is grappig en spreekt tot hun verbeelding, vooral als je uitlegt dat er geen snelwegen zijn, maar allerlei grote en kleine trapjes en laddertjes. Bij dit verhaal moest ik ‘plotseling’ (dank denkkabouter) denken aan die fantastische Nederlandse band, Brainbox. De groep met één fenomenaal album en meer verzamelalbums dan studioalbums, een band met een steeds wisselende bezetting. Een band ook die het succes van het eerste album nooit meer heeft kunnen evenaren.

Jan Akkerman (1946- /gitaren, luit) wordt geboren in de buurt van het Amsterdamse Waterlooplein. Als kind leert hij accordeon spelen, maar al snel heeft hij meer belangstelling voor de gitaar. Akkerman is een lastige leerling en wordt van school gestuurd. Ondanks dat wil hij niets liever dan naar het conservatorium om daar te studeren. Dat krijgt hij toch maar mooi voor elkaar; hij ontvangt een studiebeurs en krijgt les van gitaardocent Gerard Gest.

Begin jaren zestig speelt Akkerman in een rock ’n rollband: ‘Johnny and his Cellar Rockers’. In die band spelen: Pierre van der Linden (1946- /drums), Hans Kuyt (piano), Jan Burgers (ritmegitaar of slaggitaar) en Cor Engelsma (basgitaar). In 1964 verandert de groep de naam in ‘The Hunters’. Van der Linden is dan vervangen door Sidney Wachtel, Burgers door Paul Hubert. Engelsma door Wilfred Arends en vervolgens door Ron Bijtelaar. The Hunters spelen veel covers van bijvoorbeeld The Beatles en Bob Dylan. Ze maken een paar platen (Hé psst! en Vies) met cabaretier Aart Brouwer. ‘All my Loving’ van The Beatles wordt door de band op single gezet, maar dan als ‘Close Your Eyes’. Tsja…

Beter ging het met een eigen compositie van Akkerman: ‘Russian Spy and I’. De single kwam tot in de Top10 en keert vaak terug op verzamelalbums uit deze tijd. Reden is de opvallende, duizelingwekkende gitaarsolo van Akkerman. Een tweede single, ‘Janosh’, tipte net de top40 aan en was alweer gauw uit het gehoor. Vervolgens probeerde The Hunters met de muziekstroom en de tijdgeestmuziek mee te liften met ‘I’m the King’ en ‘Strange Things Appear’, maar het was allemaal niet voldoende. In 1967 was het gedaan met The Hunters. Akkerman kreeg wel een contract voor een soloalbum. Dat kwam er: ‘Talent for Sale’ (1968). Daarop werkt hij samen met Bijtelaar, Wachtel en met Jacob ‘Cocky’ Akkerman (drums/inderdaad, de broer van). Het jazzy album kent klassiekers als ‘Bags Groove’ (Milt Jackson), ‘Mercy, Mercy, Mercy’ (Joe Zawinul), ‘What I’d Say’ (Ray Charles), ‘On the Green Light’ (Steve Winwood) en het altijd populaire ‘Green Onions’ (Al Jackson, Booker Jones, Lewis Steinberg en Steve Cropper). Er staan twee eigen composities op: ‘Revival of the Cat’ en ‘Moonbeam’.

Akkerman weet even niet hoe verder en gaat aan de slag bij zijn vader in de metaalhandel. Gelukkig wordt hij vanwege zijn muzikale kwaliteiten veel gevraagd als studiomuzikant en werkt zo mee op nummers van The Blue Diamonds, The Cats, Unit Gloria en Ria Valk. Pierre van der Linden was inmiddels ook een veelgevraagd studiomuzikant en het is dan niet vreemd dat Akkerman en Van der Linden elkaar weer tegen het lijf lopen. In de studio komen ze in aanraking met een zanger: Kazimierz ‘Kaz’ Lux (1948- /zang, gitaar), een Oosterhoutse jongeman met Poolse vader en Nederlandse moeder. Lux heeft dan al gezongen in bandjes als: The Screamers, Rhythm Brothers, The Sheridans en Impulse. Met deze laatste wint hij in 1968 een talentenjacht en mag voor platenmaatschappij Bovema een plaatje opnemen. Samen met Hub Teunissen (piano), Wim van Sluijsdam (bas) en Vic Storm van 's Gravensande (drums) neemt Lux 'Dorothy I'm Suffering' op. Dorothy was zijn vriendin, maar die woonde toen ergens anders. Elke keer weer zwaaide hij haar uit als ze met de trein vertrok. In 1969 trouwde hij met haar.
Bij Bovema zijn ze wel gecharmeerd van de zanger, maar niet van de rest van de band en koppelen Lux aan studiomusici: Akkerman en Van der Linden en pianist Wim Jongbloed. Lux zingt zijn eigen werk, het bluesy ‘Down Man’ en Woman’s Gone’. Lux vindt dat Jongbloed niet het goede gevoel heeft, waarop Rob Hoeke opdraaft. Het viertal neemt ‘Woman’s Gone’ nogmaals op, nu tot groter tevredenheid. Overigens speelt Akkerman tijdens deze sessies basgitaar, hij had zijn gitaar niet meegenomen en er was immers toch geen bassist. Een paar dagen later is er opnieuw een sessie met Lux, Akkerman en Van de Linden, nu is er een bassist aanwezig: André Reijnen (? /ex-Death/basgitaar). Er wordt wat gejammed en Lux zingt ‘Dark Rose’. Er gebeurt daar iets in de studio, het is een ‘magische’ moment. De bron voor een nieuwe band. De bandnaam wordt ‘Brainbox’. Weinig hersengymnastiek hier, het was de naam van een kleine bar op Schiphol. Maar, zo vond men, het paste bij de diversiteit en achtergronden van de verschillende groepsleden. Lux, de zanger met de bijzonder soulfulle, bluesy wat raspende stem die weg was van schrijver Fjodor Dostojevski, Akkerman die veel met Cuby & the Blizzards bezig was, maar net zo lief naar Frank Zappa & the Mothers of Invention luisterde, Van der Linden die nogal ‘into’ jazz was en dan met name de bebop, maar op zijn tijd hield van een tikkeltje latin. Reijnen had beslist ook zo zijn voorkeuren, maar daar kon ik niets over vinden. Dat gold ook al voor zijn geboortedatum. Hij blijft helaas wat op de achtergrond in deze band, terwijl hij prachtige baspartijen neerzet. Maar goed, bassisten worden - ten onrechte - vaker wat ondergewaardeerd.

De eerste single is gezien bovenstaande historie niet heel verrassend ‘Down Man/Woman’s Gone’; een tweede is ‘Summertime/Dark Rose’. Om een hele lp vol te krijgen werd – zoals zo vaak in deze tijd – gekeken naar al bestande nummers. Die werden dan in eigen stijl vertolkt. Dat gaat zeker op voor Summertime, misschien wel het meest gecoverde nummer ooit. Summertime is gecomponeerd door George Gershwin voor de opera ‘Porgy & Bess’ (1935). Het zwaar aangezette orgel in de Brainbox-versie wordt gespeeld door Akkerman. Het wordt er een prachtige meeslepende versie door. Veel luchtiger zijn ‘Reasons to Believe’ van Tim Hardin en ‘Scarborough Fair’ van Paul Simon en Art Garfunkel. De blues, Lux stem leent zich daar immers uitstekend voor, komt van ‘Baby, What You Want Me to Do’ (Jimmy Reed) en ‘Sinner’s Prayer’ (Lowell Fulsom). Prachtig allemaal, maar de tracks die écht indruk maakten zijn twee eigen composities: ‘Dark Rose’ en ‘Sea of Delight’. De eerste is van Lux en Akkerman, de laatste komt voort uit een groepsimprovisatie. Dark Rose begint met fluitspel van ene Tom Barlacher. Wij maar denken wie dat kon zijn, maar het bleek ‘gewoon’ Tom Barlage’ te zijn. Barlage kennen we van Solution (elders op de LemonTree). Met ruim vijf minuten, een fluit- en een gitaarsolo is Dark Rose een overweldigende openingstrack. Maar dat was het niet alleen, het geluid was vooral omverwerpend. Prachtige balans, diepe bas, je voelde het baspedaal bijna tegen de basdrum plakken. Heerlijk, dat had André Hooning onder leiding van producer Tim Griek toch maar meer dan uitstekend vastgelegd. Anno nu valt me nog steeds op hoe goed dat album klinkt. Zelfs beter dan menig recent album.
‘Sea of Delight’ is een nummer dat past in de tijdgeest. Het is lang, zeventien minuten, en wordt uitgerekt door de lange improvisaties en afsluitende drumsolo. Denk een beetje richting In-A- Gadda-Da-Vida van Iron Butterfly. Het begint rustig, maar nadat Kaz Lux heeft gezongen ‘Show me your boy and I’ll show you mine’ begint een soort rituele paringsdans met veel drums en een je langzaam betoverende gitaar. Reijnen houdt bij al die dynamiek de boel goed bij elkaar en Lux schudt heftig de maracas. Na een tijdje gaan we de soulkant op met een lekker plakkerige wahwah-gitaar. Dank Isaac en dank Curtis. Na die eruptie is er een post-coïtale rust om tot jezelf komen, waarna het bed wordt opgeschud door het trommelvuurwerk van der Linden. Por dios, wat een drummer is die man. Kaz zingt nog even dat het goed is dat we terecht waren gekomen in de Zee van Genot en dan is de eerste en eigenlijk enige, echte plaat van Brainbox afgelopen. Van zo’n uitspatting kun je alleen maar zuchten en beduusd voor je uitkijken. Zeker de eerste keer.

Op de hoes is te lezen dat ‘Down Man’, de nieuwe single, in Amerika is uitgebracht en dat men er veel van verwacht. Dat nummer staat dan weer niet op dit album. In Nederland kwam het nummer terecht op de dertiende plek in de Top40. Dat was mede te danken aan Radio Veronica die het nummer veelvuldig draaide. In Amerika was het een bescheiden hitje, een plek wordt nergens genoemd, zal wel in de onderste regionen zijn dan.
Andere singles in deze bezetting opgenomen waren een verkorte versie van ‘Sea of Delight’ met op de B-kant: ‘Amsterdam, the First Days’ en datzelfde nummer nu op de A-kant, gekoppeld aan ‘Down Man’ Brainbox, het album, wordt gezien als een van ’s Nederlands beste albums ooit. Lust for Life, een alternatief rockmagazine, vroeg het aan de lezers. Die plaatsten het op de vierde plek, na ‘Moontan’ van Golden Earring, ‘Shpritsz’ van Herman Brood en ‘Groeten uit Grollo’ van Cuby & the Blizzards. Ook hier geldt weer, het is maar welke oren je opzet. Het zou mijn lijstje niet zijn, maar ondanks dat staat Brainbox bij mij hoog aangeschreven.

Voordat het album fysiek in de platenzaken lag was Akkerman al uit de band gezet. Gezet, ja. Manager John van Setten was erachter gekomen dat Akkerman tevens bezig was met een andere groep musici: Thijs van Leer, Hans Cleuver en Martijn Dresden. Dan wordt het kiezen. Akkerman sloot zich aan bij die andere partij en vormde met Van Leer de band Focus en begon aldus een nieuw hoofdstuk in de Nederlandse muziekhistorie. Maar nog voor het Focus-avontuur werden ze gevraagd om als band mee te spelen met de Nederlandse versie van de musical Hair.

Akkerman werd vervangen door maar liefst twee andere gitaristen: John Schuursma (? /ex-Purple Haze) en Rudy de Queljoe. De Queljoe (Soerabaja, 1947- ) kwam uit de Zeeuwse undergroundband ‘Dragonfly’. Ze hadden een hitje in Nederland met het nummer ‘Celestial Dreams’ en vielen op door de gezichtsbeschildering tijdens concerten.
In deze bezetting neemt Brainbox vier singles op: ‘To You/So Helpless’ (1970), ‘Good Morning, Day/Doomsday Train’ (1970), ‘The Smile (Old Friends Have A Right To)/The Flight’ (1970) en ‘Between Alpha And Omega/Cruel Train’ (1970). Al deze singles zijn toegevoegd als bonustracks op de geremasterde cd-versie van Brainbox (2011). Altijd prettig om de zaak bij elkaar te hebben immers.

Schuursma, die al regelmatig vervangen werd door Mick Heine, hield het al snel voor gezien, onder anderen door onenigheid met de manager, en werd vervangen door Ron Meyjes (ex-World). Heel kort speelde Tony de Queljoe, de broer van, nog even mee. Akkerman, inmiddels in Focus, miste zijn oude drumbuddy en vroeg of Pierre niet naar Focus wilde komen. Die ging een soort testfase in en werd vervangen door Hans Waterman (Solution/Cuby). Gezien alle wisselingen was dat een niet heel moeilijke beslissing. Van der Linden werd definitief vervangen door Frans Smit, die kwam van ‘De Maskers’ en ‘September’. In 1971 komt er nog een twee single op de markt: ‘Virgin/Mobilae’ en ‘Dilemma/If You Could Only Feel It’ (1971). Niet eens eenonaardig plaatjes vond ik toen. Mobilea wordt door de Molukse gemeenschap gezien als een tweede volkslied. Het wordt gebruikt bij ceremonies, maar ook bij overlijden.

In 1972 verlieten zowel Lux als Reijnen de band. Daarmee was er van de oude bezetting niemand meer over. Als nieuwe zanger en fluitist werd Michel van Dijk (ex-Amsterdam) aangetrokken, als nieuwe bassist Robert Verwey. Verwey speelde ook piano en orgel. In deze bezetting maakte de groep het tweede Brainbox-album: ‘Parts’ (1972). Dat verscheen maar liefst op het progressieve Harvest label, het label van onder anderen Pink Floyd. Parts is inderdaad een progressief-jazzy album dat her en der best goed klinkt, maar…. het was en is geen Brainbox. Het is eigenlijk een heel andere band met een heel ander geluid. Wat moet je ermee? Dat wist toen niemand en het album was dan ook weinig succesvol. Tot op de dag van vandaag levert het meer twijfel dan bevestiging.
Live werd Verwey weer regelmatig vervangen door Cees van der Laarse (hij zou vooral gaan spelen met Herman van Veen). De twijfel over de richting, het gebrek aan succes en al het gewissel leidde uiteindelijk tot het eind van Brainbox. Van Dijk ging naar Alquin, Meyjes naar Earth & Fire.

Kaz Lux maakte zijn eerste soloalbum in het jaar (1972) dat Brainbox stopt: ‘C.S.’ In 2008 is dat album samen met ‘Distance’ (1978) op één cd gezet. Lux vroeg zijn ex-Brainboxmaatjes, maar ook anderen: André Reijnen, Frans Smit, John Schuursma, Rudy De Queljoe en toegevoegd: Jan Hollestelle (bas), Steve Boston (conga’s), Jan Vennik (sax, klarinet, fluit) en op drums Ilja Gort (dat was voordat hij naar Frankrijk vertrok en zich in de wijn stortte). Lux’ solocarrière was een nogal wisselende, hij maakte soms prachtige songs, maar kwam er nooit meer mee in de topregionen.

Echter, muziekland kent niet echt een einde, zelfs als, dán leeft de muziek nog door. In 1974 is de eerste opleving als het ‘oude’ kwartet optreedt voor ‘Nederpopzien’; een muziekprogramma van Tv- en radio-omroep de VARA.

‘Eli’ (1976) zou je met enige fantasie – en daar is niet eens heel veel voor nodig – het volgende project van Akkerman en Lux kunnen noemen. De songs zijn gebaseerd op een verhaal dat Lux had geschreven. Net als Brainbox, het album, klinkt Eli fantastisch. Dat vond ook het publiek, het album stond negen weken in de lp-Top40 en twee weken lang op de vierde plek. Niet slecht toch? Eli is een heel sfeervolle plaat, beetje jazz, beetje soul, swingt behoorlijk, maar heeft ook een diepere laag die moeilijker te doorgronden is. Ik heb het altijd een prachtig album gevonden, maar dat enthousiasme werd niet door al mijn vrienden gedeeld. Oudgediende Pierre van der Linden speelt drums, maar moet zijn kruk soms afstaan aan producer Richard de Bois. Daarnaast draaft er een keur op aan Neerlands’ topmusici: Jasper van ’t Hof (keyboards), Nippy Noya (percussie), Rick van der Linden (ja, die van Ekseption/keyboards – geen familie van drummer Pierre overigens), de mij wat onbekende Warwick Reading (bas) en achtergrondzangeressen: Margriet Eshuis, Maggie MacNeal (Sjoukje van ’t Spijker) en Patricia Paay. Met name in Japan bleek het een populair album en is daar zelfs in een luxe-cd uitgave op de markt gebracht (2014).
Na een album volgt een tournee. Akkerman, Lux en kornuiten gingen met Kayak ‘on the road’ in Engeland. Het publiek kende Akkerman en wilde alleen Focus-muziek horen. Akkerman weigerde terecht die te spelen. Gevolg: de tournee werd vrij abrupt beëindigd.

Omdat Eli goed beviel, brengt platenmaatschappij EMI nog maar eens oud werk van Brainbox op de markt en wel in singlevorm: ‘Summertime/Mobilae’ (1976). Dat was meteen de laatste single van de band.

Na het succes van Eli besloten Akkerman en Lux nogmaals een samenwerking aan te gaan. In 1980 verscheen ‘Transparental’. Het was de laatste samen-plaat. Transparental is wat eenvoudiger dan Eli, minder sterk over de hele linie. Het ‘pakte’ mij in ieder geval een stuk minder, ondanks de musici: Pierre van der Linden (natuurlijk), Manuel Lopez (drums op twee tracks), Cees van der Laarse (bas), Rick van der Linden (keyboards), Eddy Conrad en Grace van der Laarse (percussie). Het album is bij mijn weten nog niet op cd gezet. Zegt misschien ook al iets?

In 1982 is er een korte tournee met bijna de oude Brainbox: Lux, De Queljoe, Van der Linden en Reijnen. Reijnen maakte de tournee niet af en werd vervangen door Cyriel Havermans; op dat moment ex-Focus. Zes jaar later is er een eenmalig concert met Brainboxnummers, gespeeld door de Jan Akkermanband met ‘special guest star’ Kaz Lux. Yeah! Bij Lux bleef het goede verleden kriebelen, genoeg om rond 2003 de Brainbox weer eens aan te zetten. Samen met Flavium deden ze een soort reünietournee. In de band dan spelen naast Lux, Van der Linden, De Queljoe, Schuursma en Van der Laarse. Die wordt dan weer vervangen door Eric Bagchus.

In 2004 komt het relatief onbekende Pop One Records met een live-cd: ‘Brainbox – The Last Train’. Opnames zijn afkomstig van de 2003-tournee. Op de cd staan de meeste, oude klassiekers als: ‘Dark Rose, Sea of Delight (korte versie), Down Man, Summertime, maar ook van versie van ‘Gloria’ (Van Morrison). Het is een mooi document van deze band in deze periode en meer Brainbox dan ‘Parts’.

Op 9 januari 2010 staat er nog weer eens een Brainboxversie op de planken. Deze versie maakt een tournee door het land, maar meer bijzonder, neemt een nieuw album op! ‘The 3rd Floor’ (2011). De bezetting is bijna die van 2003: Lux, De Queljoe, Van der Laarse, Schuursma en Van de Linden. Op de cd prima muziek, volgens sommige recensies meer richting Cuby & the Blizzards dan richting de oude Brainbox. Maar toch, die stem hè, die doet veel.

Door deze release speelde het verleden bij Akkerman wellicht ook weer op. Hij begon een tournee (2012) onder de naam ‘My Brainbox’. Helaas nam hij niet zijn oude maatje Kaz Lux mee, maar Bert Heerink. Heerink was de zanger van hardrockband Vandenberg, die van ‘Burning Heart’. Toch een heel ander stemgeluid dan die mooie, rauwe stem van Lux.

Er zijn heel wat Brainbox-verzamelsets op de markt gebracht met een scala aan tracks van Brainbox, Lux en Akkerman. Eentje met de hoog gegrepen titel ‘The Very Best Brainbox Album Ever’ is ondanks die titel niet eens heel slecht qua samenstelling. Maar de aanduiding is toch echt alleen weggelegd voor ‘Brainbox’. De meest opmerkelijke ‘nieuwe release’ van Brainbox was de 3cd-set ‘Mythology’ (2013), uitgegeven door Pseudonym Records. Het is zo’n beetje alles wat er te vinden is van de ‘oude’ Brainbox en een uitvoerig boekwerk van twintig pagina’s. Alle tracks zijn geremasterd en uitgebreid met mono versies, single-versies, demoversies, alternatieve versies, de teruggevonden track ‘Dorothy I’m Suffering’ en dit allemaal in het tijdperk voor en ná Akkerman ingedeeld. Een mooie en welkome aanvulling op het origineel. Wat is er trouwens nog meer te wensen na een ‘Sea of Delight’ van bijna een half uur?

De Brainbox-historie is er door de vele personeelswisselingen een van veel namen en weinig eenduidige muziek. Wat je er ook van vindt, het blijken uiteindelijk allemaal pogingen op zoek naar die ene box, die eerste… Soms moet je het gewoon doen met één meesterwerk en daar genoegen mee nemen en dat vooral niet te ver weg stoppen. Dat is ook fijner voor die wat ouder wordende denkkabouter in je hoofd.