logo van The Lemontree

Sensuele, arctische elektronica

De afgelopen jaren kwam het niet meer voor, maar soms had je van die ochtenden dat je wakker werd en je je realiseerde dat er iets anders was dan anders. De geluiden waren weg, Het was stil! Dan wist je meteen dat het in de nacht flink gesneeuwd had. Zo’n pak sneeuw dempt alle geluiden en daarmee kom je in een soort eigen cocon te zitten. Koud buiten, warm binnen. Dat werkt ook als je toch naar buiten moet en in een sneeuwbui terecht komt. Overal om je heen is het wit en sneeuwvlokken vliegen tegen je hoofd of, als je in de auto zit, tegen je voorruit. De wereld wordt dan wel erg klein, eigenlijk alleen het kleine stukje dat zichtbaar is voor je fiets of auto. Daar heeft men een meteorologische term voor: ‘white-out’. Hier valt dat dat nog vaak wel mee, maar als je in het hoge noorden in Noorwegen zit is de situatie behoorlijk anders. Naast de snijdende kou een witte wereld met weinig of geen visuele diepte. Dan wordt je helemaal op jezelf terug geworpen. Ga je die wereld verklanken dan klinken de spaarzame geluiden gedempt, zacht en dichtbij soms met een metalige echo. Binnen in huis is het dan juist warm en behaaglijk. Die prachtige tegenstelling werd auditief het best vertolkt door het Noorse duo Bel Canto. Hun eerste album heet waarschijnlijk niet voor niets ‘White-Out Conditions’ en hun derde ‘Warm, Shimmering & Bright’. Vreemder is het dat zangeres Anneli Drecker en muzikant Nils Johansen hier nauwelijks bekend zijn, terwijl ze in Noorwegen een top-act zijn en een cultstatus hebben en met egards en respect behandeld worden door een jongere generatie musici en fans. Anneli Drecker staat daar zelfs bekend als de “Queen of Arctic Electronica”.

De naam Bel Canto komt uit de (Italiaanse) klassieke wereld en betekent ‘schone zang’. Daarbij gaat het niet om de tekst, maar de inkleuring daarvan, de door mij al vaker benoemde ‘klangfarben’. Ik leerde de band kennen onder de genoemde naam, in Noorwegen moesten ze de naam aanpassen in ‘Bel Kanto’, omdat er een koor was dat Bel Canto genoemd was. Na twee albums en een handvol singles was het koor blijkbaar opgeheven, of de band bekender en konden ze ook in eigen land door het leven als Bel Canto.

Bel Canto begint halverwege de jaren tachtig als duo: Nils Johansen (1966- /viool, mandoline, fluit, basgitaar, synthesizers, programmeren) en Geir Jenssen (1962- /synthesizers, programmeren). Ze zochten nog een zangeres voor hun potentiële band en vonden haar na enkele maanden zoeken. Anneli Marian Drecker (1969- /zang, synthesizer) was net zestien jaar en zong op dat moment in een andere band. Gelukkig nam ze de vraag serieus en stapte inderdaad over. Drecker bracht een enorme ervaring in als koorzangeres, vooral een met een breed muziekspectrum.
Ze komen alle drie uit Tromsø of in het Samisch; Romsa. Noorwegens grootste, Noordelijke stad ligt op een eiland en ongeveer 350 kilometer ten noorden van de poolcirkel. De stad heeft als bijnaam het ‘Parijs van het Noorden’. Met de temperatuur valt het mee, tenminste, dat vindt men daar. Het jaargemiddelde is 2,5 graad Celsius. Brrr, dat is voor mij zeker twintig graden te weinig. Veel inwoners van Tromsø zijn Saami. Vroeger noemden we dat de ‘Lappen’, maar die ervaren dat als een scheldwoord. De Saami hebben en oude en rijke cultuur. Die komt tot uitdrukking in de veelkleurige kledij en in de traditionele muziek, de ‘joik’ of ‘yoik’. Volgens kenners is het de oudste vocale muziek uit Europa. Er wordt niet gezongen over iemand of iets, maar naar iemand toe. Zie het als een soort gesprek, maar dan zonder onderwerp. In tegenstelling tot Westerse muziek is er geen begin, midden, eind, een ‘yoik’ begint ergens en houdt net zo plotseling weer op. Er zijn ‘yoik’s voor mensen, dieren en land. In ‘yoik’s’ klinken vaak dierengeluiden en andere geluiden uit de omgeving door, maar er zijn talloze variaties. Elke plek heeft een eigen stijl in het zingen. ‘Yoik’s’ staan nooit vast en zijn steeds in ontwikkeling. Bekende hedendaagse vertolkers zijn Wimme Saari, Mari Boine en Jonne Järvellä. Ik schrijf dit hier uitgebreid, omdat de stijl van zingen terugkomt in de muziek van Bel Canto. De muziek die Bel Canto maakt is een mix van die traditionele muziek, maar dan gekoppeld aan elektronische muziek, folk, pop/rock en klassiek. Het is een heel eigen stijl, waarin de warmte van Drecker’s stem klinkt door de gesuggereerde kilheid van de elektronica en synthesizers. De emoties lopen soms hoog op: “You showed me heaven and hell. You said you loved me. Then you said you could do well. Without me. O' I've got that, I've got that pain. Something inside me. A kind of pain…” Inmiddels wordt gesteld dat met Bel Canto de elektronische muziek in Noorwegen een start gemaakt heeft. Drecker: “We started up with the philosophy that we wanted to be an electronic pop band with only arctic sound elements instead of trying to sound like any other European pop band. It was important for us to describe our origin with our music.”

In 1987 verschijnt een eerste album: ‘White-Out Conditions’. Het wordt uitgebracht door het Brusselse Crammed Discs, een onafhankelijke platenmaatschappij opgezet door Marc Hollander. Crammed Discs zocht het vanaf de oprichting vooral in de niet alledaagse muziek. Denk aan Zap Mama en Tuxedomoon. Hollander, zelf muzikant, bracht zelf albums uit op zijn label, maar speelde ook mee op talloze producties, waaronder ook de eerste van Bel Canto en wel op klarinet, basklarinet en altsax; de ‘woodwinds’.

‘White-Out Conditions’ begint met ‘Blank Sheets’ als een folkplaat, maar dan gaat het al snel over in elektronica en een elektrische bas. Drecker’s stem heeft een breekbare, emotionele lading, met een gevoel van verlaten zijn. Eenzaam bijna. Het was de song die ze bij de auditie zong, nadat Johansen en Jenssen haar gevraagd hadden voor hun band. De ‘Dreaming Girl’ klinkt goed wakker. De track klinkt opnieuw als folk met elektronica en hupst aardig rond. Met ‘Without You’ komt de emotie pas goed los. Drecker heeft precies de stem om die te laten horen. In ‘Capio’ voel je het weidse landschap en ‘Agassiz’ verleidt je mee te dansen. ‘Kloeberdanz’ is daarvoor voor zuiderlingen te moeilijk. In de titeltrack zet Drecker de eerste stappen in de sneeuw en dan voel je meteen de koude vlokken op je neerdalen. Het is een van de eerste nummers die ze samen schreven. Buiten was een sneeuwstorm en Drecker had al wandelend naar huis de muziek op haar walkman. Ze vond het achteraf een bijna spirituele ervaring. De ‘Baltic Icebreaker’ laat precies horen wat hij doet, veel metaalklanken en het slotnummer ‘Upland’ is de oneindigheid van de toendra in geluid weergegeven. De cd-uitgave uit 2003 voegt een tiende track toe, het instrumentale ‘Chaidenoi’. De mensen die het album horen zijn enthousiast, sommigen vallen voor wat omschreven wordt als de ‘arctic sound’ gekoppeld aan de betoverende stem van Drecker.

Twee jaar later volgt ‘Birds of Passage’ (1989). Ook dit album komt uit op Crammed Discs, maar in Amerika en Canada op Nettwerk, I.R.S. Records, in Frankrijk op CBS, in Italia op Materiali Sonori. Het werd dus groot aangepakt. Dat gold ook voor de muzikale ondersteuning: Michel Delory (gitaar, drums), Jeannot Gillis (viool, altviool, strijkersarrangement), Marc Hollander (klarinet, percussie, keyboards, producer), Claudine Steenackers (cello) en Luc van Lieshout (trompet, bugel).
‘Birds of Passage’ is een prachtig album, meer uitgewerkt dan ‘White-Out Conditions’ en daarom voor enkelen minder de verklanking van de Arctische ruigheid. In Noorwegen zien ze dat anders, daar geldt ‘Birds of Passage’ als hét voorbeeld van de zogenaamde ‘Tromsø-sound’.

Een jaar na ‘Birds of Passage’ koos Geir Jenssen ervoor een solocarrière te beginnen. Dat werd onder zijn alias ‘Biosphere’ een behoorlijk succesvolle die duurt tot op de dag van vandaag. Zijn vertrek decimeerde de groep tot duo, maar Johansen en Drecker besloten samen verder te gaan. Het bleek een wijs besluit.
Ondertussen werkte Drecker aan een soloalbum, zong met andere bands en speelde bovendien in films en theaterstukken. Ook Johansen zat niet stil. Hij schreef veel muziek voor Tv-programma’s en films en trad op met zijn andere band ‘Vajas’. Ondanks dat bleef Bel Canto ‘gewoon’ bestaan. In 1991, het ‘tussenjaar’ ontvangt Bel Canto de ‘Rock En France’ prijs voor de beste muziek buiten Frankrijk.

‘Shimmering, Warm & Bright’ (1992) is in tegenstelling tot de eerste twee albums, die opgenomen zijn in Brussel, opgenomen in Oslo; een stuk dichter bij huis. Dit keer doen ze het muzikaal vooral zelf, met slechts een kleine ondersteuning van Andreas Eriksen (piano, percussie) en een ‘oude’ bekende: Luc van Lieshout (trompet, bugel). Johansen is voor het eerst degene die alle muziek maakt, Drecker zingt alleen nog maar. Nou ja, ‘maar’, ze zingt geweldig, buigzaam in emoties en toonhoogte. titeltrack was een van de eersten die het duo schreef na het vertrek van Jenssen. Echter hadden ze allebei het idee dat die niet goed genoeg was voor een album. Gelukkig dacht hun manager daar anders over. Alle tracks werden als demo opgenomen in Drecker’s slaapkamer tot ongenoegen van de bovenburen. De muziek was te hard…
‘Shimmering, Warm & Bright’ (1992) bracht Bel Canto internationaal succes. Het leverde hun niet alleen een gouden plaat op, maar ook de Spellemannprisen. Dat is Noorwegens meest prestigieuze muziekprijs. Daarnaast volgde een wereldwijde tournee, met meer dan honderdvijftig optredens in verschillende landen, waaronder in De Verenigde Staten en Japan. Tijdens de tournee ontdekte het duo muziek uit India, Afrika, het Midden Oosten. Die ontdekking had gevolgen voor het vierde album.

Dat vierde album, ‘Magic Box’ (1996) wordt uitgebracht door Lava-Atlantic. Als je de vrolijke hoes ziet weet je al dat dit album anders is. Met ‘Magic Box’ trekken Drecker en Johansen de wereld in, weg van de Arctische condities. Ze namen het album opnieuw op in Oslo, maar ook in Londen. In de muziek klinkt duidelijk hun recente tournee-ervaring door. Dat blijkt ook uit de reeks gastmusici: Eivind Aarset (gitaar), Nils Petter Molvær (trompet), B.J. Cole (steelgitaar), Jah Wobble (bas, ‘ademen’), Pandit Dinesh (tablas), Fazal Quereshi (tablas), Andreas Eriksen (percussie), Jaki Liebezeit (drums), Chuck Frazier (achtergrondzang) en Nicholas Sillitoe (achtergrondzang). Die laatste kennen we ook als de man van Anne Marie Almedal (elders op de LemonTree). Behalve Sillitoe zitten er nogal wat bekende namen bij. Meest in het oog (en oor) springend is die van Can-drummer Jaki Liebezeit, maar ook Jah Wobble en landgenoten Aarset en Molvær, allebei grootheden op zich.
‘Magic Box’ is sterk ritmisch, wereldwijs, maar ze verloochenen hun roots niet. Er is veel te horen en te beleven in de muziek die hier vooral ‘opgewekt’ klinkt en minder leunt op de elektronica. Het is een moedige stap vooruit. De nieuwe aanpak leverde hun waardering op van de Noorse kranten. ‘Dagbladet’ gaf het album zelfs vijf sterren en opnieuw kregen ze de Spellemannprisen. Twee keer zelfs, een in de categorie ‘pop’, de ander in de categorie ‘dance/techno’. Het Engelse muziek magazine Melody Maker was onder de indruk: "This isn't 'world' music so much as 'another World', a transglobal span... Like Elizabeth Frazer's or Dead Can Dance's Lisa Gerrard's, Drecker's voice is so chaste and pure it becomes shamanistic".

Maar, zoal dat gaat, de fans van de ‘oude’ stijl konden de ritmiek, het rappen en die nieuwe invloeden iets minder waarderen. Jammer, want ‘Magic Box’ is een van de sterkere albums van Bel Canto. Wel je oren open houden hè!

‘Rush’ volgt in 1998 en is een goed vervolg op ‘Magic Box’. “Rush’ kwam uit bij EMI, de derde platenmaatschappij in de rij. In Frankrijk heette het album ‘Images’, kwam uit bij Sony/Saint George en had een andere cover. Het album klinkt meer als een synthese van de oude en de nieuwe sound. Het is minder een duo- dan wel een groeps-achtig album met medewerking van Kirsti Nyutstumo (bas), Ulf W.Ø. Holand (zang), Julian Briottet (zang) Torbjørn Brundtland (keyboards, percussie ‘one-finger tambourine’, sampler) Andreas Eriksen (drums, percussie, tablas) en Morten Lund (percussie). Succes in het Noorden: ‘Dagbladet’, vijf sterren en ‘Verdens Gang’ idem. Drecker’s stem werd omschreven als ‘sensueel en verleidelijk’, Johansen’s muziek als een elektronische symfonie. Verder was iedereen het met elkaar eens en men het een schande dat deze band met die grote rijkdom aan ritmes, emoties en stemmingen internationaal zo weinig bekend was. Ik ben het daar helemaal mee eens.

Tijd voor een uitstapje. In 1999 brengt de Noorse band Röyksopp hun eerste album uit: ’Melody A.M.’. In die band speelt Torbjørn Brundtland. Brundtland was ook aanwezig bij ‘Rush’ en speelde in de liveband rondom Bel Canto, daarnaast was hij co-producer voor Drecker’s eerste soloalbum. In die setting is het niet heel vreemd dat Drecker Röyksopp’s zangeres werd. Zij zag het als een zijweg, zonder het hoofdpad van Bel Canto te willen of hoeven verlaten. Johansen bewandelde ook zijn eigen wegen, dit kon allemaal samengaan. Voor Röyksopp’s ‘Melody A.M.’ schreef Drecker het nummer ‘Sparks’. ‘Sparks’ kwam terecht in allerlei films en tv-programma’s. Röyksopp beviel, Drecker bleef nog zeker tien jaar zingen en spelen in die band.

In 2001 brengt WEA (weer een andere) ‘Retrospect’ uit. Het is, zoals de naam al aangeeft, een terugblik. ‘Retrospect’ komt in twee versies, een enkele- en een ‘special edition’ met bonus-cd. Op de bonus cd staan demo’s, remixen en andere interessante opnames, zoals B-kantjes. De track ‘Rumour’ bleek bij concerten in Amerika een echte ‘floorfiller’. De remix hier is gedaan door Jan Bang. Ook al geen onbekende.
Fijn is dat er in het cd-boekje iets te lezen is over de achtergronden van de diverse tracks, maar ook over het leven on-the-road. Zo blijkt de langharige, blonde Kirsti Nyutstumo, hun bassiste bij optredens, nogal populair bij de Italiaanse Tv-zender, of moet ik zeggen cameramannen? “Retrospect’ is zonder meer een aanwinst in de catalogus van Bel Canto en hoort in die zin standaard in de rij van de reguliere releases.

In 2002 verschijnt Bel Canto’s laatste album: ‘Dorothy’s Victory’ (EMI). Daarna is de groep in de zee (van de foto op de voorkant) verdwenen. Meer dan de vorige albums staan er op ‘Dorothy’s Victory’ ‘gewone’ liedjes in een verrassende akoestische setting. De dreiging van sneeuwstormen en eenzaamheid is verdwenen. Het album klinkt, warm, romantisch zelfs.
Dorothy blijkt ‘Dorothy Gilmore’ te zijn, de dame die zich sterk maakte voor mensen met een handicap.
‘Dorothy’s Victory’ is het album met de meeste gastmusici: Andreas Eriksen (percussie), Richard Lowe en Gaute Barlindhaug (keyboards, programming), Thomas Tofte (bas, track 1), Peter Baden (drums, track 1), Henning Leh (gitaar, track 1), Bjørn Fløystad, Espen Berg en Vidar Ersfjord (keyboards track 1), Stefan Kvarnström (drums, piano, drum programming, track 3, Sindre Hotvedt (strings programming, track 2), Jonny Sjo (Bas, track 3), Karl Oluf Wennerberg (drums, track 3), Espen Grjotheim (achtergrondzang, track 3) en Torbjørn Brundtland (keyboards, piano, programming, tracks 1, 4).
Anneli Drecker zingt, speelt piano en keyboards, Nils Johansen: gitaar, stick bass, keyboards, bas, viool, programming. Ze zijn alom aanwezig dus. Het album kreeg ondanks deze forse inzet wat gematigde reacties, ‘Dagbladet’ kwam maar tot drie sterren, maar ‘Verdens Gang’ gaf er gelukkig weer vijf.

Anneli Drecker was tussendoor bezig geweest met een solocarrières. In 2000 verscheen haar eerste album ‘Tundra’. Na ‘Dorothy’s Victory’ ging ze meer op de solotoer: ‘Frolic’ (2005), ‘Rocks & Straws’ (2015) en ‘Revelation for Personal Use’ (2017). Tussendoor zingt en speelt ze mee bij talloze andere musici. Zo doet ze een tournee met ‘A-ha’ als ‘special guest star’. Ook werkt ze nog steeds met Röyksopp. Ze treedt veel live op om haar soloalbums te promoten. In haar band de beste Noorse artiesten die er zijn: : Eivind Aarset, Rune Arnesen, Ole Vegard Skauge (van Röyksopp) en soms als extra ondersteuning het Tromsø’s Orchestra of The Arctic Philharmonic. Sinds 2002 is het stil rondom Bel Canto. Desondanks blijven er regelmatig geruchten opduiken dat Drecker en Johansen bezig zijn met een nieuw album. In 2007 was er een korte tournee en was er sprake van opnames. In 2009 werd gemeld dat er een dubbelalbum zou komen, genaamd ‘Maskindans: Norsk synth 1980–1988’. Ouder werk, maar liefst één-en-veertig tracks, waar maar één bekend. Dertien jaar later is dat er nog steeds niet. Je weet het nooit, misschien duikt het plotseling op in deze tijden van terugkijken.

Jammer dat er zo weinig aandacht is voor Bel Canto. De arctische elektronica met daarbij een stem ‘zo betoverend, als een fee’, zoals iemand het ooit omschreef, past blijkbaar niet bij ons gevoel voor muziekbeleving. Te nuchter voor die betovering? Als je je oren maar wijd openzet wordt je getroffen door een arctische sensualiteit. Wie loopt daar nou niet warm voor?