logo van The Lemontree
bark psychosis

Het geheim van 1994

omschrijving afbeelding

‘Post-rock’, het grijze gebied voorbij de rock waarvan niemand meer weet wat het is. Het is een genre binnen de muziek dat zich kenmerkt door lange, vaak instrumentale, muziekstukken en een onconventioneel gebruik van muziekinstrumenten. De term werd in 1994 bedacht door journalist Simon Reynolds (The Wire) na het horen van ‘Hex’, het eerste en eigenlijke enige album van Bark Psychosis.

De muziek van Bark Psychosis gaat van fluisterzacht tot snoeihard. Begonnen als ‘Noise’-band, bracht de invloed van allerlei andere muziek gaandeweg de groep op een heel ander gebied.

In de originele bezetting maakten ze slechts één album, ‘Hex’ en een handvol singletjes. Die staan allemaal op verschillende verzamelalbums waar inmiddels grof geld voor gevraagd wordt. In andere bezetting verscheen tien jaar later een tweede album.

Lees het verhaal van Bark Psychosis, de band die nog steeds bijna niemand kende/kent, maar indertijd genoemd werd als de enige hoop voor de toekomst van de rock.




Graham Sutton (1972- /gitaar, keyboards, samples, zang) ontmoet in 1986, hij is dan veertien, op school leeftijdgenoot John Ling (1972- /basgitaar). Zoals zo vaak onder deze boom gaan ze samen muziek maken. Het duo gebruikt een simpele drummachine en een tapedeck om hun muziekescapades vast te leggen. De invloeden zijn breed, van Igor Stravinsky via Miles Davis naar Nick Drake, David Sylvian, Augustus Pablo, The Blue Nile, Can, Eno, Talk Talk, Steve Reich en vele anderen. Als ze zestien zijn besluiten ze te stoppen met school en professioneel muzikant te worden. Nou ja stoppen, Sutton werd van school gestuurd vanwege zijn druggebruik. Een echte groep vraagt om een echte drummer, dat wordt Mark Simnett (1988- /drums). Die laatste, enorm fan van Pink Floyd, deed veel liefdadigheidswerk in de kerk. Door dat werk vindt de groep een goede oefenplek en wel in de crypte van St John's Church, Stratford. Het trio gaat aan het experimenteren, er worden wat eenvoudige keyboards gekocht en samples uitgeprobeerd. Natuurlijk geven ze enkele concerten. Spannend, zenuwachtig, hypernerveus, maar toch laten ze een goede indruk achter. Tijdens een van deze concerten horen twee heren van Cheree Records de band en bieden ze aan iets op te nemen. Die eerste opname komt terecht op een flexi-disc, zo’n singletje om mee te wapperen als je het, zoals meestal, niet af kan spelen. Een kant is voor Fury Things and Spaceman 3, de andere voor Bark Psychosis. Het nummer, ’Clawhammer’ werd in vijf minuten opgenomen: “It's crap. It's not worth the fucking bit of plastic it's printed on”, aldus de groep later. De single wordt dan ook vervolgens geweerd uit de bandhistorie. De eerste ‘echte’ single wordt als 12” (groot formaat single) uitgebracht in 1990: ‘All Different Things’/’By-Blow’. Op de single helpt zangeres Sue Page (?/zang) een vocaaltje mee. Sue woont in hetzelfde kraakpand als de heren. De groep mixt de single zelf, maar ze weten nauwelijks wat ze aan het doen zijn. “Heel naïef’, vond Sutton later.

‘All Different Things’ duurt met acht minuut elf voor een single ongewoon lang. Het nummer begint heel rustig met wat vervormde gitaargeluiden en Page’s stem gehuld in echo’s. Plotseling gaat het hard, heel hard, rennen naar de versterker om het geluid zachter te zetten en dan weer terug om harder te zetten. Ondanks de geluidserupties is het een overwegend verstild nummer. En wat Page zingt? Zou het wat uitmaken?

Met Page in de groep deed Bark Psychosis een kleine tournee samen met Extreme Noise Terror. Een tweede 12 inch single komt in hetzelfde jaar: ‘Nothing Feels’/’I Know’ (1990). Wijzer geworden na de eerste is deze ietsje anders, de groep omschrijft het als “very, very loud and extreme”. Dat is echter een kwestie van perceptie, want ‘Nothing Feels’ begint enorm rustig met lang uitwaaierende gitaarklanken, wat drums in de verte en een bijna fluisterende zanger. ‘I Know’ begint zelfs met akoestische gitaar en iets wat klinkt als een meeuw. Echo’s van ‘Echoes’? van Pink Floyd? In dit stuk zingt Page, die nog steeds in de groep zit mee. Hard? Ik heb het niet gehoord. Extreme? Niet echt. Mooi? Dat zeker. Introvert is een goede omschrijving voor Bark Psychosis’ muziek. Een genre dat later omschreven zou worden als ‘shoegaze’. Muzikanten in zichzelf gekeerd spelend onderwijl starend naar hun schoenen, maar dan wel prachtige muziek over het – vaak niet geïnteresseerde want kletsende – publiek uitstrooien.
Cheree Records bracht beide singles samen als cd-single op de markt. Ook wel weer zo aardig.

Bark Psychosis live was een heel ander verhaal. De band was dan experimenteel in aanpak, een echte ‘noise-band’ soms, onvoorspelbaar, boeiend. In deze periode hoorde Sutton plotseling… stilte: "For some reason I just flipped one day and I realized silence could have a much greater impact than loud noise... Space and silence are the most important tools you can use in music. I just got really obsessed with that."

Het loopt spaak met Cheree. Er was een nieuw management dat zich bezighield met dubieuze zaakjes, zelfs porno in plaats van muziek. Reden voor Bark Psychosis om even niets meer met het contract te doen. Gedurende die tijd kon de groep niets uitbrengen, leefde op de rand van wat kon, en had, naast financiële, talloze andere problemen. “It was fucking hell”. Sue Page hield het niet vol en verliet de groep. Uiteindelijk kocht een nieuw gevonden platenmaatschappij, 3rd Stone, de band uit bij Cheree, omdat zij geloofden in wat ze aan muziek van Bark Psychosis gehoord hadden. In de auditieve stilte is Daniel Gish (?/keyboards) het nieuwe vierde lid van de groep geworden. Gish komt uit de band Disco Inferno en heeft een voorliefde voor de muziek als die van Kraftwerk, New Order en Dead Can Dance. Die voorliefde en Gish’s inbreng brengt een flinke verandering in de muziek van Bark Psychosis teweeg.

In 1992, twee jaar na de vorige single dus, komt ‘Manman’ uit. Het is weer een 12 inch, met op kant A ‘Manman’ op 45 toeren, de ‘normale’ single-afspeelsnelheid, op kant AA, zoals ze het noemen, ‘Tooled Up’ en ‘Blood Rush’ op 33 1/3, de snelheid van lp’s. Bewust gedaan. Sutton had als kind thuis al gespeeld met afspeelsnelheden en ontdekt dat er interessante geluiden kunnen ontstaan als je het ‘fout’ doet. Zo’n ervaring gunde hij de luisteraar ook. Bij de cd-single staan alle tracks achter elkaar natuurlijk en is er weinig te ‘spelen’.
’Manman’ is anders dan de vorige singles, een pittig ritme dat richting ‘dance’ (denk Kraftwerk) gaat, wel die lange gitaarklanken, onverstaanbare zang, maar nu ook allerlei tussenwerpsels aan gesampelde geluiden. Het tussenstuk in ‘Manman’ is zelfs puur synthesizermuziek. ‘Blood Rush’ is het rustigste nummer van de groep tot nu toe. Op You Tube wordt het gebruikt als achtergrond voor een natuurdocumentaire, dat zegt wel iets. Opnieuw verdrinkt de zang in de geluidsmix, maar uiteindelijk is die, hier, bij deze band, niet heel belangrijk. ’Tooled Up’ begint met wat op een baspartij van de Talking Heads lijkt, daaroverheen wordt gestrooid met een orgie aan geluiden. Na korte tijd gaan die geluiden over in die van een melodica en vervolgens wisselt de hele setting in een bijna punk-achtige benadering en bouwt uit met een venijnig gitaartje. Aan het eind keert de rust weer terug. In bijna acht minuten hebben we zo een hele reis gemaakt.

‘Scum’ (1992) wordt uitgebracht op 12 inch en cd-single en duurt 21:23 minuten. Een lp-kant lang eigenlijk. Het wordt gezien als ‘landmark recording’, maar is niets meer of minder dan één lange improvisatie die plaatsvond in de eigen kerkkelder. Sutton: "That's how we'd written the past few years, just jamming as a band underneath the church. Ninety per cent of it was recorded live and then there was a few things. Vocals, some piano, some ambient guitar, a few different samples and stuff. The first three-and-a-half minutes of it was actually just the ambient mics left up.” Speciaal voor deze gelegenheid was allerlei apparatuur gehuurd en kon het speelkwartier losgaan. Nou ja, kwartier, ze hadden als doel gesteld binnen tien dagen de single af te hebben. Dat is dus gelukt. Behalve wat stukken ambient-achtige zweefgitaar horen we zang en veel, heel veel experimentele geluiden. Voor een groot deel gaat dit nummer eerder richting ‘musique concrète’ dan een popliedje op een singletje. Opnieuw is het ook een vreselijk traag, maar daardoor fascinerend muziekstuk. Simnett vergeleek het nummer met ‘Echoes’ van Pink Floyd. Melody Maker, het blad, noemde ‘Scum’ de ‘Single of the Week’. De belangstelling voor de band groeide.

De toon was gezet, tijd voor een écht album, al kwamen ze met de single-bouwstenen al een eind in de buurt. Kort na ‘Scum’ begint Bark Psychosis aan de opnames voor een album. Dat gebeurt voor een groot deel in eigen kelder en kerk met daarbij gebruikmakend van de geweldige galm die kerken eigen is. Alle geluiden opgenomen in de kerk moesten echter wachten tot het verkeer rustig werd, anders verstoorden die de opnames. De meeste geluiden zijn volgens de band afkomstig van samples, toegevoegde elementen worden opgenomen in diverse studio’s. na twee jaar worstelen, werken, proberen komt het album, ‘Hex’, in 1994 op de markt. Op ‘Hex’ staan zeven tracks, totaal zo’n vijftig minuten. De langste track, ‘Pendulum Man’ duurt net geen tien minuten, de kortste is de openingstrack, ‘ The Loom’, met vijf minuut vijftien. ‘The Loom’ begint met iemand die vleugel speelt, bijna klassieke muziek is dit. De sfeer wordt vastgehouden met de klank van strijkers. Dan gedempte zang en tot slot een stuk muziek in de stijl van David Sylvian. ‘A Street Scene’ gaat door op het spoor van ‘Scum’, ‘Absent Friend’ gaat meer richting de openingstrack. ‘Big shot’ heeft een dwingende, synthetische ritmiek, met daaroverheen een weefsel van gitaren, vibrafoon. Soms stopt dat lome ritme, maar komt gelukkig weer terug. ‘Fingerspit’ klinkt als een mix van Talk Talk en David Sylvian, maar dan wel in eigen stijl. ‘Eyes & Smiles’ gaat in die sfeer door. De afsluiter, ‘Pendulum Man’, begint als een gitaarpendule, maar langzaamaan verdwijnt het gependel en wordt het een ambient muziekwerk.
Naast het vaste viertal riep men de hulp in van Dal Crabtree (trompet), Phil Brown (fluit), Neil Aldridge (percussie), Dave Ross (percussie), Pete Beresford (vibrafoon) en het Duke String Quartet. Daarmee is een groot deel van de niet elektronische klanken verzorgd. Als je goed luistert hoor je ook nog wel een het geluid van een ‘echt’ drumstel. Beresford, de vader van een vriend, was amateurmuzikant en had al een tijd niet gespeeld. Tijdens de opnames leefde hij zich helemaal uit, het klikte meteen.
‘Hex’ is zonder meer een fascinerend album, inderdaad experimenteel, elektronisch, ambient, niet echt een rockalbum in de zin van het woord. Daarmee komt Simon Reynolds - "The future of rock is looking more buoyant than it has for a while, thanks to Bark Psychosis and their 'post-rock." - goed weg met zijn ‘post-rock’ benaming, immers na de rock ligt de muziekwereld open…

In de opnameperiode trad Bark Psychosis slechts één keer op en wel in Ronnie Scott’s jazz Club. Misschien hadden ze het vaker moeten doen? Het opnemen was niet voor iedereen even fijn. Sutton bleek enorm dominant en vooral erg koppig te zijn. Er waren regelmatig botsingen. Achteraf gaf Sutton toe dat dit niet de fijnste periode in zijn leven was en die periode een lange schaduw over de toekomst zou werpen. De spanningen liepen zo hoog op dat Gish tijdens de afrondende sessies al even koos voor wat rust. Een en ander had zonder meer ook te maken met het gebrek aan financiën. De track ‘Big Shot’ is het werk van het resterende drietal. Na de opnames verliet Ling de band, oververmoeid en niet meer in staat nog iets te spelen. Hij kwam niet meer terug in de muziekwereld. Na een reis over de wereld werd hij psychiatrisch verpleegkundige.

Ter promotie van ‘Hex’ werd de single ‘A Street Scene’/ ‘Reserve Shot Gunman ‘ (1994) uitgebracht en zou er een reeks concerten plaatsvinden. Vijf daarvan gingen door, zonder Ling maar mét Gish. Gish was dan wel terug, maar alleen als gastmuzikant’ en niet meer als bandlid. ‘Hex’ werd goed ontvangen door onder anderen de al genoemde Reynolds, maar het grote publiek vond het allemaal erg ingewikkeld en liep er niet warm voor. De belangstelling voor het album is in de loop der jaren echter alleen maar toegenomen, net als de waardering ervoor.

Een tweede single na ‘Hex’, een EP, is ‘Blue’/’Hex’/’Big Shot (Alice’s Cheshire Cat Mix)’ (1994). Eigenlijk gedaan door de twee resterende bandleden, Sutton en Simnett. Gish steekt weliswaar de helpende hand toe voor deze release, maar opnieuw als gast. Deze single zet menig fan van ‘Hex’ op een dwaalpad. ‘Blue’ is een stuk pittiger dan het hele ‘Hex’-album bij elkaar en gaat eerder richting ‘dance’ met New Order-invloeden. ‘Hex’, niet op het album, wel hier, is pure ‘noise’. Rudi Tambala’s mix van ‘Big Shot’, een Alice in Wonderlandvariant, gaat ook richting de dance, maar dan meer chill-out. Heerlijk die vibrafoon hier. Die andere invalshoeken passen in de visie van Sutton om zichzelf nooit te herhalen.

Duidelijk was inmiddels dat Sutton de leiding had genomen en dat op zijn geheel eigen wijze, eigenwijs, deed. Samples kunnen een drummer heel goed vervangen en langzamerhand werd Hamnett’s rol onbelangrijker. De moeilijkheid, het tempo van de diverse samples, het was als drummer nauwelijks nog fysiek bij te benen. Na een concert in Moskou (!) voelde Hamnett zich aan de kant gezet en verliet bij terugkomst de resten van de groep. Einde Bark Psychosis. Simnett dook later op bij Porcupine Tree. Gish en Sutton traden onder de naam nog eenmalig op tijdens het Phoenix Festival (1994), maar daar klonk eigenlijk al heel andere muziek.

3rd Stone bracht in 1994 de compilatie ‘Independency’ uit, gevolgd door ‘Game Over’ (1997). Heb je beide cd’s dan heb je daarmee alle oude singles in huis, met een enkele overlap, dat wel. Zowel de losse singles als deze twee albums zijn moeilijk te vinden, of voor fikse prijzen. Over de release van ‘Game Over’ was Sutton niet te spreken: "This release is a money grab by their despicable record company, don't be fooled."

Na jarenlange stilte werd Bark Psychosis gereactiveerd. Sutton had tussen allerlei andere projecten en producerswerk in verschillende samenstellingen werk gemaakt dat kon vallen onder de paraplu van Bark Psychosis: "I'm just not interested in clogging up the place, I suppose. I've always wanted to make something that has real meaning or significance to me, and not for any other reason. The wheels will turn again at some point, but only when I say the time is right. It has to be at the point where I have no other option."
Sutton is nu Bark Psychosis. Er werd wel gebruik gemaakt van voormalig drummer Simnett, maar alleen in de vorm van samples van zijn spel. Voor het maken van een daadwerkelijk nieuw album vroeg Sutton een reeks gastmusici. Meest opvallend naam in de reeks is Lee Harris, voormalig drummer van Talk, de band die met hun geluid invloed had gehad op dat van Bark Psychosis. De andere gasten: Colin Bradley (gitaar); Pete Beresford (vibrafoon); Rachel Dreyer (piano, zang); T.J. Mackenzie (trompet); Anja Buechele (zang); Chicken (stem); Shaun Hyder (tamboera); David Panos (basgitaar); Alice Kemp (‘bowed guitar’ – de gitaar bespelen met een vioolstok); Silke Roch (zang) en ex-lid Mark Simnett (gevonden drums, lees sample) en medewerker voor ‘Hex’ Del Crabtree (gevonden trompet, lees sample).
Het gezelschap is te horen op het tweede (?) album van Bark Psychosis: ‘Codename: Dustsucker’ (2004). Tien jaar later dus. De v raag is of het wel het tweede is. Zelfde naam, maar toch? Ergens heeft het album wel linkjes met het eerste, maar tegelijkertijd klinkt dit album veel georganiseerder, bedachter is misschien wel een betere term. ‘From What Is Said To When It’s Read’ begint met een reveille-trompetje en wahwah-gitaren à la Gong’s Steve Hillage. Sfeervol, langzaam nummer met, zoals bekend, de zang verstopt in de muziek. Halverwege wordt de gitaarpartij wat vuiler en gemener. Herkenbaar. ‘The Black Meat’ klinkt als een ‘gewoon liedje’, duidelijke zang, in het tweede deel volgen wat experimenten met geluid en herkenbare piano en trompet. Eerder een Talk nummer… ‘Miss Abuse’ is nog langzamer, dreigender, vette baspartij en fluisterzang. Opnieuw is het tweede deel experimenteler. ‘400 Winters’ begint met akoestische gitaar en de stem van Buechele. Mooi liedje met vibrafoon; altijd goed! Weinig authentieke Bark Psychosis hier. ‘Dr. Innocuous/Ketamod’ is dat dan weer wel, maar die duurt net iets meer dan één minuut. ‘Burning the City’ begint ook met akoestische gitaar en de stem van Buechele, afgewisseld met die van Sutton én vibrafoon. Werkt opnieuw geweldig. ‘Inqb8tr’ is wat zwaarder met fuzzgitaar en veel echo’s. ‘Shapeshifting’, hééé, met drums en de zang van Roch. Opnieuw drijft de naam Talk Talk boven. ‘Rose’ is het slotstuk. Lange orgeltonen, vibrafoon, verstilling. Het lijkt wel een oud Pink Floyd nummer.
‘Codename: Dustsucker’ is net als ‘Hex’ een prachtig album, maar misschien was het beter geweest als Sutton zijn eigen naam op de hoes had gezet. Vergelijk je de twee albums van Bark Psychosis met elkaar, dan zijn er zeker overeenkomsten, maar, zoals beschreven, ook grote verschillen. Ik mis vooral de urgentie die ‘Hex’ had, de ‘drive’ om te durven experimenteren. ‘Codename: Dustsucker’ ging vergezeld van een single: ‘The Black Meat (part 1)’ en ‘The Black Meat (Part 2)’. Die zijn ook op het album te vinden.

Bijna tegelijkertijd met ‘Codename: Dustsucker’ bracht de oude platenmaatschappij, 3rd Stone, weer een verzamelabum uit: ‘Replay’. Daarop oud werk, de vroege singles, aangevuld met een vijftal ‘livestukken, opgenomen in St. John’s Church. De oude oefenruimte dus. En hoeverre dat live is, of gewoon een oefensessie laten ze wijselijk in het midden. De band, bij monde van Sutton, keurde deze release af. Daarmee blijft alleen ‘Independency’ over als officieel verzamelalbum van de band.

De laatste uiting van Bark Psychosis is een cd-EP: ‘400 Winters EP’ (2005). Behalve een sticker op het plastic omhulsel is er geen informatie te vinden. De single is in een beperkte oplaag, 2000 stuks, gemaakt en nu een gezocht item. Op de EP vier tracks van ‘Codename: Dustsucker’, maar allemaal in een alternatieve mix:’400 Winters’; ‘Inqb8tr’; ‘The Black Meat’ en ‘Burning the City’. Leuk voor erbij.

Sutton gaf geen vervolg aan Bark Psychosis, vooral omdat hij te druk was met zijn werk als producer. Bark Psychosis wordt achteraf meer gewaardeerd dan tijdens hun bestaan. Ze zijn ‘ontdekt’ door een groep mensen die luisteren naar ‘progressieve’ popmuziek, ‘progrock’ dus. Vaak duikt de vergelijking op met de oude Pink Floyd. Dat deed ik ook al. Sutton vind dat oké, maar geeft tegelijkertijd aan dat hij meer geïnteresseerd was in ‘feeling’. Is dat niet iedereen in muziek? Bark Psychosis wordt ondertussen gezien als “het geheim van 1994”. Hoogste tijd om iets van dat geheim te verklappen…